Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Bezwaren tegen dierproeven

Er zijn verschillende bezwaren tegen het doen van dierproeven:

- Etische bezwaren

-Ā Wetenschappelijke bezwaren

- Economische bezwaren

Bezwaren dierproeven

Etische bezwaren

Proefdieren hebben een intrinsieke en een instrumentele waarde. De intrinsieke waarde is de eigen waarde van het dier zelf. De instrumentele waarde is de waarde die zij als proefdier hebben voor de mens. De intrinsieke waarde van dieren moet beschermd en gerespecteerd worden, maar bij dierexperimenten komt deze in het gedrang. Dit maakt dierproeven ethisch omstreden.

De meeste dierproeven worden gedaan voor de gezondheid van mens en dier. Daarbij moet steeds een (ethische) afweging gemaakt worden tussen het maatschappelijke belang en het belang van de proefdieren die daarvoor geofferd moeten worden.

Het 3V-principe van Vervanging, Vermindering en Verfijning van dierproeven draagt eraan bij dat er zo min mogelijk dierproeven plaatsvinden met zo min mogelijk pijn en ongerief.

Wetenschappelijke bezwaren

Verschillende diersoorten vertonen biologische overeenkomsten met de mens. Per te bestuderen biologische eigenschap wordt de meest geschikte diersoort bepaald. Zo wordt bijvoorbeeld een varken ingezet in het onderzoek naar hart en bloedvaten, omdat deze anatomisch en fysiologisch op de mens lijken.

Dierexperimenteel onderzoek heeft in de geschiedenis bijgedragen aan de ontwikkeling van belangrijke geneesmiddelen en behandelmethoden. Maar dieren zijn geen mensen. Het is juist dit gegeven waarom ze gebruikt worden als onderzoeksmodel, maar tegelijk ook waarom hun bruikbaarheid als model voor de mens ter discussie wordt gesteld. Hierover zijn diverse wetenschappelijke artikelen gepubliceerd.

Dieren kunnen anders reageren op ingrepen of stoffen dan een mens. Dieren hebben bijvoorbeeld een andere stofwisseling, waardoor er voor het bepalen van een toedieningsdosis een vertaalslag (extrapolatie) moet worden gemaakt naar de mens. Bovendien is standaardisatie een belangrijk gegeven in het dierexperimenteel onderzoek. Gebruikte proefdieren zijn zoveel mogelijk identiek en worden blootgesteld aan een gestandaardiseerde behandeling. De menselijke maatschappij is allerminst gestandaardiseerd, waardoor een groot aantal factoren (zoals leeftijd, geslacht, levenswijze, leefomgeving, etc.) invloed kunnen hebben op de gevoeligheid van mensen voor stoffen en de reactie op ziektekiemen. Zo komt er steeds meer interesse in de specifieke reactie van kinderen op stoffen en medicijnen.

Economische bezwaren

Wetenschappelijk onderzoek kost geld en dat geldt zeker voor het dierexperimenteel onderzoek. Niet alleen aan de opzet, uitvoering en verwerking van proeven zijn hoge kosten verbonden, maar ook aan de fok, goede verzorging, huisvesting en voeding van dieren door gekwalificeerd personeel. Voor de ontwikkeling van innovatieve 3V-alternatieven zijn wel investeringen nodig. Sommige 3V-methoden leiden al vrij direct tot een besparing. Anderen leveren kennis op die op de langere termijn het onderzoek meer focus geven en zo uiteindelijk effectiever en efficiƫnter tot resultaten leiden.

Meer informatie

Stichting Informatie Dierproeven

.