Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Speelveld

Het NKCA is hét kenniscentrum op het gebied van alternatieven voor dierproeven. Dit is een breed veld. Het aanbrengen van focus is noodzakelijk. Inhoudelijk is dat bijvoorbeeld gedaan door prioritaire velden aan te geven (zie de Programmeringsstudie). In dit dynamische veld kunnen echter vele (f)actoren invloed hebben op de activiteiten en werkzaamheden. Hier lees je alles over de context waarbinnen het NKCA zich begeeft.

Meer informatie over alle organisaties die zich bezighouden met 3V-alternatieven voor dierproeven en hun onderlinge verhoudingen en rolverdeling is te vinden in de Wie-wat-waar 3V-gids op deze website.

Nationale context

Voor het vervullen van de activiteiten en werkzaamheden van het NKCA is intensieve samenwerking met diverse partijen cruciaal. Zonder volledig te willen zijn worden de belangrijkste nationale relaties hieronder genoemd:

-De opdrachtgevende departementen VWS, OCW, EL&I, I&M en Defensie, verenigd in de IWAD en de ISAD.

-Het (op te richten) 3V-Kennispartneroverleg, waarin onderzoeksinstituten en 3V-centra in Nederland verenigd zijn (o.a. de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, het RIVM, TNO, het RIKILT, de Hogeschool Utrecht, het 3R Research Centre Nijmegen en ZonMw). In dit samenwerkingsverband kan, naast advisering aan het NKCA, ook snel deskundigheid vanuit de kennispartners worden gemobiliseerd ten behoeve van het NKCA.

-De vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, maatschappelijke groeperingen, het onderzoek en de overheid verenigd in het RODA.

-De inspecties, waaronder de NVWA en IGZ, belast met toezicht en handhaving van de Wet op de Dierproeven.

-Vergunningshouders

-Brancheorganisaties (cosmetica, chemische stoffen, geneesmiddelen etc.)

-Dierwelzijnsorganisaties (in het bijzonder de Dierenbescherming en de Stichting Proefdiervrij)

-De Stichting Informatie Dierproeven (SID)

Internationale context

Het streven naar de toepassing van 3V-alternatieven is een complexe en een internationale aangelegenheid, zowel in het fundamentele als het toegepaste onderzoek. De Nederlandse invloed kan worden vergroot door de krachten te bundelen en gericht te werk te gaan.

Het NKCA heeft samen met ZonMw het initiatief genomen om de diverse onderzoeksagenda's in verschillende Europese landen af te stemmen. Dit gebeurt vanuit het overkoepelende Europese platform Ecopa. Afstemming maakt het mogelijk gezamenlijke prioriteiten vast te stellen, overeenkomstig aan het proces rond de Programmeringsstudie in Nederland.

Beleidscontext

De beleidscontext van het NKCA wordt in belangrijke mate gevormd door het Actieplan 'Dierproeven en alternatieven 2011-2021'. Hierin worden concrete lopende en nieuwe acties beschreven die de toepassing van 3V-alternatieven moeten bevorderen. Op de website van de Rijksoverheid vindt u meer informatie en beleidsdocumenten die invloed hebben op de activiteiten en werkzaamheden van het NKCA.

Voor het NKCA is een aantal acties beschreven, die conform het instellingsbesluit uitgevoerd worden. Centraal staan kennisdeling (onder professionals in de keten en ter bevordering van de paradigmashift), communicatie (met verschillende instrumenten en richting verschillende doelgroepen) en internationaal werk (Nederlandse krachten bundelen).

De aandacht voor publiek-private samenwerking neemt toe. Het European Platform for Alternative Approaches to Animal Testing (EPAA) bevordert dit onder andere door het actieplan 2011-2015, waarin kennis delen centraal staat.

Het streven naar toepassing van 3V-alternatieven hangt tevens in belangrijke mate samen met het proefdierbeleid. Welzijn van dieren is een fundamenteel onderdeel van de EU-politiek, met een basis in het EU verdrag.

.