Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Wie-wat-waar

muis bij laptop

In de Programmeringsstudie Alternatieven voor Dierproeven, die het NKCA in 2010-2011 uitvoerde, werd ondermeer gesteld dat er behoefte is aan kennisdeling binnen het multidisciplinaire en complexe biomedische onderzoeksveld. Kennis vanuit de vele biomedische disciplines zou samengebracht moeten worden en in de keten van ontwikkeling tot daadwerkelijke toepassing zou beter moeten worden samengewerkt. Kennis is immers een sleutelbegrip voor attitudevorming en paradigmaverschuiving; ontwikkelingen die van groot belang zijn voor effectieve ontwikkeling én toepassing van 3V-alternatieven.

Het NKCA zal deze kennisoverdracht en kennisbenutting faciliteren en werkt samen met vele (inter)nationale 3V-centra en onderzoeksgroepen die zich bezighouden met kansrijke innovatieve biomedische ontwikkelingen met een 3V-oogmerk. De overheid heeft in dit kader een rol bij het versterken van de onderlinge communicatie, maar ook onderzoekers en kennisinstellingen zijn belangrijk als intermediair.

Kernbegrip bij de integrale benadering van het totale 3V-ontwikkelingsproces (van ontwikkeling tot en met implementatie) is ‘ketenverantwoordelijkheid’. Kennisdeling is derhalve nodig binnen het gehele vierspan van belanghebbenden; beleidsmakers, onderzoekers, het bedrijfsleven en de samenleving. De kennis die gedeeld moet worden is niet alleen wetenschappelijk van aard of gericht op de wet- en regelgeving, maar zal veelomvattend zijn en ‘weten’ en ‘handelen’ in zich geïntegreerd zien. Belangrijk is dat vooral die kennis beschikbaar wordt gemaakt, die nodig is voor de toepassing in de praktijk, dat wil zeggen in het bedrijfsleven, bij kennisinstellingen, medische centra en in het onderwijs.

Binnen Nederland wordt natuurlijk al langer kennis gedeeld over 3V-ontwikkelingen. Het ontbrak echter aan een goed overzicht van de rol en onderlinge verhoudingen van de organisaties die actief zijn op 3V-gebied. Daarom is dit overzicht opgesteld, op basis van de informatie die de betreffende organisaties zelf hebben aangeleverd. Het vormt een eerste overzicht van de spelers binnen Nederland die direct of zijdelings betrokken zijn bij (inter)nationale 3V-ontwikkeling en implementatie; een dynamisch geheel, dat gaandeweg kan worden aangevuld en gecompleteerd. Van hieruit wordt het mogelijk op nationaal niveau heldere kaders te scheppen, waar nodig nieuwe verbindingen te leggen, bestaande samenwerking te versterken, en uiteindelijk zaken beter op elkaar af te kunnen stemmen.

Vanzelfsprekend is de ontwikkeling en met name ook de validatie en implementatie van 3V-alternatieven geen exclusieve Nederlandse aangelegenheid. We bevinden ons in een zeer complex internationaal speelveld. Het NKCA wil bevorderen dat de nationale inbreng in internationale gremia wordt gebundeld tot één stem met een krachtige 3V-boodschap die doorklinkt in alle relevante kenniskaders. Teneinde deze rol te kunnen spelen heeft het NKCA deze nationale ‘wie-wat-waar’ gids opgesteld, waaruit tevens blijkt in welke internationale 3V-gremia Nederland actief is.

Spelers binnen het Nederlandse 3V-onderzoek die nog niet zijn opgenomen in deze wie-wat-waar 3V-gids, worden uitgenodigd hun info, ten behoeve van de volgende versie, ter beschikking te stellen aan het NKCA.

.